05 november 2012

Learning Analytics

Het nieuwe kapitaal van de internet diensten ligt bij “Big Data”. Dit zijn de grote verzamelingen van gebruikersgegevens achter de dienstenleveranciers zoals Google, Amazon, Facebook, etc. Deze gebruikersgegevens zijn voor de dienstenleveranciers nog veel belangrijker dan de inhoud die al deze gebruikers via deze diensten produceren en/of communiceren. Advanced analytics over big data verzamelingen geven informatie over wie jij bent, welke sites jij zoal bezoekt en wat jouw belangstellingen zijn. Hiermee zijn deze gegevens onmisbaar voor de advertenties die jij op jouw internetpagina’s en mobiele apps ziet en dus ook direct bepalend voor de inkomsten van de dienstenleveranciers. Een goed voorbeeld van hoever dit kan gaan zijn de persoonsgebonden advertenties die je als gebruiker tegenkomt op websites. Weleens op Google het woord “vakantie” of “reis” ingetikt? Dan heb je vast gemerkt dat je de dagen erna er veel advertenties over deze onderwerpen voorbj kwamen.

Zoals Advanced Analytics bepalend is voor doelgerichte advertenties zo kan Learning Analytics bepalend zijn voor de leerinterventies die deelnemers getoond krijgen. Met het groeiende gebruik van digitale werk- en leervormen in organisaties, produceren studenten ook steeds meer user data. Deze user data geeft inzicht in het (leer)gedrag van de medewerker. Daarnaast geeft het de organisatie een indicatie over de competentie-ontwikkeling van de medewerkers. Hierbij geldt wel dat veel leergedrag over een bepaald onderwerp niet automatisch betekent dat de persoon zich net verder ontwikkeld. Wel kunnen we concluderen dat als we geen leergedrag waarnemen, er geen ontwikkeling is. Op basis van het leergedrag kan een begeleider/coach gericht adviseren over eventuele verdere ontwikkelingen, doorverwijzen naar collega’s die met gelijke problematiek bezig zijn en/of de medewerker ondersteunen bij het aantonen van competentie in de nieuwe ontwikkelingen.

Om dit te laten werken moeten we echter wel enkele afspraken maken. Zo dient alle communicatie digitaal te gebeuren, anders levert het geen user data op en is het dus niet traceerbaar. Er moet een uniform platform gefaciliteerd worden waar de medewerkers materialen kunnen publiceren. In de markt zijn al diverse platformen die kennisdeling binnen organisaties ondersteunen. Bekende tools zijn bijvoorbeeld Confluence en Yammer. Daarnaast moet Learning Analytics toegang krijgen tot alle relevante digitale bronnen om zicht te krijgen op de zoektochten en publicaties van de medewerkers. Daar waar wij het normaal vinden om heel veel van onze digitale identiteit vrij te geven op sites als Facebook en LinkedIn, zijn we nog redelijk terughoudend als het gaat over onze professionele zichtbaarheid in de eigen organisatie.

Learning Analytics is hiermee een heel krachtig instrument voor zowel de medewerker in het zoeken naar voor hem relevante leerbronnen en interventies als voor de begeleider/coach om inzage te krijgen in de ontwikkelingen van de medewerker. Het geeft de organisatie een instrument om inzicht te krijgen in de medewerkerontwikkeling anders dan in tijd en geld zoals tot nu toe via de Learning Management Systemen gebruikelijk is.

15 augustus 2012

Alles wordt gratis in leerland


Met de ontwikkelingen zoals de Kahn Academy http://www.khanacademy.nl/, edX van MIT en Harvard http://www.edxonline.org/ en Open Educational Resources (OER) http://www.surf.nl/nl/themas/innovatieinonderwijs/oer/pages/default.aspx wordt er stevig getornd aan het bestaansrecht van veel onderwijs- en opleidingsinstellingen. Over veel onderwerpen is wel een gratis (hoor)college of leermiddel te vinden. Hiermee beperken deze initiatieven zich niet tot de publicatie van een presentatie van een docent of vakinhoudelijk specialist maar gaat het bij OER om complete lesprogramma’s, bij de Kahn Academy over uitleg over de meest uiteenlopende vakken en bij edX zelfs over hoogwaardige colleges. Veel onderwijsinstellingen zijn  afgelopen jaren bezig geweest met het digitaliseren van hun (hoor)colleges en opleidingsinstituten met het inzetten van virtual classrooms en eLearning. Het gebruik hiervan bleef echter veelal beperkt tot de eigen instelling.

Deze nieuwe initiatieven trekken inmiddels aanzienlijke aantallen deelnemers. Bij de Kahn Academy loopt het aantal deelnemers inmiddels al op tot boven de 160 miljoen. Natuurlijk hebben deze initiatieven te maken met veel deelnemers die ondanks hun goede bedoelingen hun cursussen niet afmaken, het is tenslotte gratis en het afbreken heeft geen consequenties. Maar zelfs bij heel laag percentage van deelnemers die dit wel doen (de completion rate) zijn er al immense aantallen deelnemers door de cursussen van zowel Kahn Academy als edX nieuwe kennis hebben opgedaan.

Is rol van opleidings- en onderwijsinstellingen in deze nieuwe markt nu uitgespeeld?

Voor het onderwijs is het antwoord op deze vraag vrij helder. Het onderwijs is voor de leerlingen vormend en bereidt zijn leerlingen voor op een plaats in de samenleving. Deze rol blijft het zelfde, alleen de invulling wordt anders. Zo wordt hier bijvoorbeeld nagedacht over het concept van “Flipping de Classroom”. De “oude” colleges kunnen als voorbereiding dienen voor het samen werken aan uitwerkingen. De colleges worden als huiswerk meegegeven en steeds meer gebaseerd worden op de gratis materialen die voorhanden komen. Daarnaast wordt het “oude” huiswerk in de klas gemaakt. Hierbij krijgt de leerling directe feedback op het toepassen van het geleerde bij het maken van opdrachten.

Voor de opleidingsinstellingen is het antwoord iets complexer. Zij hebben geen vormende taak en ook geen leerplichtwet die hen verzekert van een continue stroom deelnemers. Daarnaast wordt gratis onderwijs of opleidingen in deze economische tijden door het management van organisaties aangegrepen om flink te snijden in de opleidingsuitgaven. Om toch verzekerd te zijn van goed opgeleide medewerkers ligt het iets complexer. Bij deze vooral kostenbesparende maatregelen wordt voorbij gegaan aan de motivatie tot leren en de begeleiding van de toepassing van het geleerde.

De gratis initiatieven gaan er vanuit dat deelnemers intrinsiek gemotiveerd zijn om de lessen te volgen. Deelnemers die dit niet zijn, vallen af, vandaar de lage completion rates. Dit is voor de meeste organisaties niet wenselijk. Opleiden gebeurt met als doel het voorbereiden op nieuwe taken. Afvallen is hierbij geen optie. Daarnaast moeten de deelnemers begeleid worden bij het toepassen van het geleerde in de eigen beroepspraktijk. Bij wie gaan ze te raden als ze het niet de eerste keer kunnen toepassen of bij problemen tijdens de uitvoering? Hier liggen de kansen voor nieuwe diensten van opleidingsinstellingen.
Opleidingsinstellingen kunnen de 
  • wat (wat moet er geleerd worden),
  • waarom (waarom is dit belangrijk voor mij als deelnemer)
  • hoe (hoe moet ik het geleerde toepassen in mijn praktijksituatie)
uit de opleidingsvragen gaan scheiden. Hierbij kunnen zij de wat vraag prima invullen met de nieuwe gratis initiatieven of andere goedkope kennisgeoriënteerde varianten zoals eLearning en zelfs traditionele boeken. De nieuwe diensten richten zich op het inspireren van medewerkers zodat deze weten waarom het aan te leren onderwerp  belangrijk voor hen is en het laten oefenen van de deelnemers met de nieuwe materie om hen zo vaardig te krijgen in het uitoefenen van de nieuwe taken of werken met nieuwe producten.

16 november 2011

Het ePortfolio in Corporate Learning


Reeds enige jaren geleden is er door Stichting Kennisnet bij de NEN een standaard vastgelegd  voor de uitwisselbaarheid van ePortfolio’s. Hier wordt tot op heden echter weinig mee gedaan in het bedrijfsleven. Ondanks de inspanningen van stichting STEPS, is het voornamelijk een speeltje geweest van onderwijsinstellingen. de leeromgevingen die in het onderwijs gebruikt worden hebben deze standaard voorzichtig opgenomen, de LMS leveranciers uit de bedrijfsopleidingen hebben hier niets mee gedaan. sterker nog zij weten veelal niet van het bestaan hiervan.

Met de toename van het gebruik van leer en werkvormen die competentie gericht leren en EVC 's ondersteunen in bedrijfsopleidingen, lijkt het er op dat grote organisaties portfolio’s gaan omarmen. In korte tijd is dit onderwerp al in gesprekken bij diverse grote organisaties aan de orde gekomen. Het wordt hiermee wellicht het maatschappelijk instrument waar het ooit voor bedoeld is. Een persoonlijke map die je vanaf het onderwijs je hele werkende leven met je meeneemt en vult met die producten waar je trots op bent. 

Hiermee zullen de leveranciers van corporate leeromgevingen (LMS-en) deze standaard ook gaan omarmen zodat ze de nieuwe werk en leervormen zoals competentiegericht leren en EVC's ondersteunen met een  portfolio wat ingericht is op openheid, connectiviteit en verrijking. Daarnaast zullen organisaties de HR processen rond persoonlijke ontwikkel plannen en (jaar)beoordelingen moeten richten op het vullen van het ePortfolio van de medewerker. 

Kortom het ePortfolio is iets om de komende jaren rekening mee te gaan houden in corporate learning.
Een mooi moment om hiermee te beginnen is het Nationaal ePortfolio congres op 7 december.




23 juli 2011

Society 3.0

Vakantie…. Eindelijk eens tijd om wat achterstallig leeswerk te doen. Zo stond het boek Society 3.0 van Roland van den Hoff hoog op de lijst van mijn eReader om nog eens aandachtig gelezen te worden in plaats van het “scannen” van boeken zoals dit de rest van het jaar veelal gebeurt.

Het boek geeft een helder overzicht over de nieuwe wereld. Veel andere publicaties over de veranderende orde worden aangehaald en komen in dit boek op een logische manier samen. Zelf heb ik het een beetje gehad met het 1.0, 2.0 en 3.0 denken. Het heeft mijns inziens een te sterke relatie naar technologie en de releases van software. Ik zie 3.0 liever omschreven als social in termen van netwerken en organisaties of semantisch in termen van het web.

Maar het boek brengt veel van de nieuwe inzichten op de samenleving bij elkaar. Waar deel 1 nog begint als een klaagzang over de vele toezichthouders en organisaties zonder bestaansrecht, pakken de delen 2 en 3 het goed op door in deel 2 het effect van de nieuwe orde op verschillende aandachtsgebieden te tonen en in deel 3 aan te geven hoe je het zelf kunt organiseren. Jammer is wel dat hij iets te vaak en te nadrukkelijk zijn eigen diensten Seat2Meet en Mindz onder de aandacht brengt als voorbeeld van hoe het zou moeten werken. Ik begrijp dat hij overtuigd is van zijn nieuwe visie en het hoe hij dit oppakt in de diensten van Seats2Meet en Mindz, maar ik zou graag zelf deze conclusie getrokken hebben. Nu voelt (een deel van het boek) aan als een verkoop verhaal van deze diensten. Dit leidt de aandacht af van het goede overzicht van de impact van het nieuwe sociale evenwicht op de maatschappij en de hierin opererende bedrijven en organisaties.

Al met al is het boek een aanrader voor een ieder die wil overleven in de nieuwe wereldorde, waar de macht weer ligt bij de consument (of beter de prosumer) en waar organisaties af moeten van het 80-20 denken en zich meer moeten richten op de “long tail” en hun werkelijke toegevoegde waarde. Zeker ook omdat dit boek uitgegeven en “verkocht” wordt op de manier welke zij zelf propageert. Zo heb ik het aangeschaft met een “tweet” en heb mij aangesloten bij de community van volgers.