03 december 2012
EVC's en het erkennen van vakmanschap.
05 november 2012
Learning Analytics
Zoals Advanced Analytics bepalend is voor doelgerichte advertenties zo kan Learning Analytics bepalend zijn voor de leerinterventies die deelnemers getoond krijgen. Met het groeiende gebruik van digitale werk- en leervormen in organisaties, produceren studenten ook steeds meer user data. Deze user data geeft inzicht in het (leer)gedrag van de medewerker. Daarnaast geeft het de organisatie een indicatie over de competentie-ontwikkeling van de medewerkers. Hierbij geldt wel dat veel leergedrag over een bepaald onderwerp niet automatisch betekent dat de persoon zich net verder ontwikkeld. Wel kunnen we concluderen dat als we geen leergedrag waarnemen, er geen ontwikkeling is. Op basis van het leergedrag kan een begeleider/coach gericht adviseren over eventuele verdere ontwikkelingen, doorverwijzen naar collega’s die met gelijke problematiek bezig zijn en/of de medewerker ondersteunen bij het aantonen van competentie in de nieuwe ontwikkelingen.
Om dit te laten werken moeten we echter wel enkele afspraken maken. Zo dient alle communicatie digitaal te gebeuren, anders levert het geen user data op en is het dus niet traceerbaar. Er moet een uniform platform gefaciliteerd worden waar de medewerkers materialen kunnen publiceren. In de markt zijn al diverse platformen die kennisdeling binnen organisaties ondersteunen. Bekende tools zijn bijvoorbeeld Confluence en Yammer. Daarnaast moet Learning Analytics toegang krijgen tot alle relevante digitale bronnen om zicht te krijgen op de zoektochten en publicaties van de medewerkers. Daar waar wij het normaal vinden om heel veel van onze digitale identiteit vrij te geven op sites als Facebook en LinkedIn, zijn we nog redelijk terughoudend als het gaat over onze professionele zichtbaarheid in de eigen organisatie.
Learning Analytics is hiermee een heel krachtig instrument voor zowel de medewerker in het zoeken naar voor hem relevante leerbronnen en interventies als voor de begeleider/coach om inzage te krijgen in de ontwikkelingen van de medewerker. Het geeft de organisatie een instrument om inzicht te krijgen in de medewerkerontwikkeling anders dan in tijd en geld zoals tot nu toe via de Learning Management Systemen gebruikelijk is.
15 augustus 2012
Alles wordt gratis in leerland
- wat (wat moet er geleerd worden),
- waarom (waarom is dit belangrijk voor mij als deelnemer)
- hoe (hoe moet ik het geleerde toepassen in mijn praktijksituatie)
16 november 2011
Het ePortfolio in Corporate Learning
23 juli 2011
Society 3.0
Vakantie…. Eindelijk eens tijd om wat achterstallig leeswerk te doen. Zo stond het boek Society 3.0 van Roland van den Hoff hoog op de lijst van mijn eReader om nog eens aandachtig gelezen te worden in plaats van het “scannen” van boeken zoals dit de rest van het jaar veelal gebeurt.
Het boek geeft een helder overzicht over de nieuwe wereld. Veel andere publicaties over de veranderende orde worden aangehaald en komen in dit boek op een logische manier samen. Zelf heb ik het een beetje gehad met het 1.0, 2.0 en 3.0 denken. Het heeft mijns inziens een te sterke relatie naar technologie en de releases van software. Ik zie 3.0 liever omschreven als social in termen van netwerken en organisaties of semantisch in termen van het web.
Maar het boek brengt veel van de nieuwe inzichten op de samenleving bij elkaar. Waar deel 1 nog begint als een klaagzang over de vele toezichthouders en organisaties zonder bestaansrecht, pakken de delen 2 en 3 het goed op door in deel 2 het effect van de nieuwe orde op verschillende aandachtsgebieden te tonen en in deel 3 aan te geven hoe je het zelf kunt organiseren. Jammer is wel dat hij iets te vaak en te nadrukkelijk zijn eigen diensten Seat2Meet en Mindz onder de aandacht brengt als voorbeeld van hoe het zou moeten werken. Ik begrijp dat hij overtuigd is van zijn nieuwe visie en het hoe hij dit oppakt in de diensten van Seats2Meet en Mindz, maar ik zou graag zelf deze conclusie getrokken hebben. Nu voelt (een deel van het boek) aan als een verkoop verhaal van deze diensten. Dit leidt de aandacht af van het goede overzicht van de impact van het nieuwe sociale evenwicht op de maatschappij en de hierin opererende bedrijven en organisaties.
Al met al is het boek een aanrader voor een ieder die wil overleven in de nieuwe wereldorde, waar de macht weer ligt bij de consument (of beter de prosumer) en waar organisaties af moeten van het 80-20 denken en zich meer moeten richten op de “long tail” en hun werkelijke toegevoegde waarde. Zeker ook omdat dit boek uitgegeven en “verkocht” wordt op de manier welke zij zelf propageert. Zo heb ik het aangeschaft met een “tweet” en heb mij aangesloten bij de community van volgers.
30 april 2010
Learning in 3D
The Internet becomes 3D, how will learning organisations adept to the next generation Internet?
Reading the first chapter gives you an overview on the historic perspective of the Internet and the World Wide Web. This also raises a question, since the authors see the three evolutions of the web. 1st search and find 2nd share and collaborate and for the 3rd phase they describe the immersive web. In my perspective however, the commonly accepted phases are described as 1st publish, 2nd transaction and the 3rd phase is described as the semantic web. The next generation web will give answers to questions, instead of finding documents or persons as is characteristic for the 1st and 2nd phase of the web. That it will become immersive is in my opinion just a matter of growth and acceptance. Becoming semantic is a true change of behaviour, since it will be able to give answers to complex questions and is able to defeat languages barriers.
The second chapter describes how everything has changed by technology, except the learning function. Classrooms and teaching are still the same a they where the last centuries. The summary of the introduction of this chapter is best described in the introduction of the film “We are the people we've been waiting for” from Lord David Puttnam (director if the killing fields)
According to the book, there are 7 problems for the learning industry to address;
- The autonomous learner problem. Learners are most motivated to learn by themselves at their own workplace. With the large amount of available information the learners need the classroom less.
- The timing problem. It takes too long to develop a traditional learning program.
- The packaging problem. Traditional learning is based around topics. The learning need is based around tasks.
- The performance problem. Learning needs in an organisation are multi causal. Traditional learning is based around isolated issues.
- The routinization problem. Learning is build around the ‘dominant design’. Technology is used to make learning events looking like classrooms or lessons.
- The transfer problem. Traditional learning does not change the organisational behaviour.
- The values Problem. The learning function is focused on adding value to the individual, while the organisation is investing in learning to add value to the business. By making learning cheaper the learning function is marginalising itself. The learning function should be focussed on bringing stakeholder value instead of being subject to costcutting.
03 maart 2010
Open Content
Het wordt tijd om weer eens wat meer aandacht te besteden aan Open Content en Open Access. Was 2009 nog door SURFfoundation uitgeroepen tot Open Access jaar, is het begin dit jaar een beetje stil geworden rond deze initiatieven.
Nog even uitleggen wat Open Content en Open Access nu eigenlijk is. Open Content gaat er vanuit dat publicaties van artikelen of creatieve uitingen, vrij toegankelijk zijn voor een ieder die hier gebruik van wil maken. Dit is niet helemaal gelijk aan open Access, waar bij nog wel degelijk rechten op de inhoud gelden, maar hier een restrictie op zit van een bepaalde termijn of doelgroep. Dit kan zijn dat deze artikelen bijvoorbeeld na een half jaar vrij ter beschikking komen of dat deze binnen bijvoorbeeld de doelgroep onderwijs vrij toegankelijk zijn.
Dit betekent overigens niet dat er helemaal geen verdien model achter Open Content of Open Access materialen zit. Echter het businessmodel zit het niet in de content zelf maar in de diensten die naar aanleiding hiervan geleverd worden. Een voorbeeld uit het onderwijs is bijvoorbeeld dat de leermiddelen die in een opleiding gebruikt worden vrij toegankelijk zijn, maar de diensten zoals deelnemen aan een leergang en/of laten afnemen van assessments betaalde diensten zijn. De onderwijsinstelling die zijn materialen vrijgeeft kwalificeert zich hiermee om additionele diensten betaald te kunnen leveren. Een ander voorbeeld uit de entertainment industrie is dat de muziek van een artiest vrij te downloaden is, maar deze artiest trekt hiermee publiek naar de concerten waar is.
Ergens in de vorige eeuw heeft iemand ons doen geloven dat een kopie dezelfde waarde heeft als het origineel. Heeft een foto van de Mono Lisa dezelfde waarde als het originele schilderij? Of heeft een opname van een concert van U2 dezelfde waarde als het originele concert? Traditionele uitgeverijen laten ons in ieder geval geloven van wel. We betalen hier voor eerder geleverde diensten waarvan het merendeel van de inkomsten niet eens belanden bij de originele auteur of artiest. Dit terwijl deze artiesten en auteurs, met de huidige internet technologie, voldoende mogelijkheden hebben om zicht te profileren en zo hun diensten (concerten) aan de markt te brengen. Er komen steeds artiesten welke deze weg ontdekken en bekend raken zonder tussenkomst van de entertainment industrie.
Natuurlijk is dit bedreigend voor de traditionele bedrijfstakken. Zo zullen bijvoorbeeld de uitgeverijen en de entertainment industrie zich moeten beraden over waar hun toegevoegde waarde nu precies ligt. Het beschermen van de content middels copyright blijkt steeds meer een achterhoede gevecht te gaan worden. CD verkopen nemen dramatisch af en het downloaden is, ondanks de protectionistische maatregelen van de gevestigde orde, niet meer te stuiten. Beter is het om nieuwe businessmodellen te omarmen waaruit de toegevoegde waarde van hun diensten blijkt. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de wetenschappelijke uitgeverijen Plos en Biomed central. Deze hebben hun toegevoegde waarde in het redactie proces. De grootste belanghebber is hier de auteur, welke erkenning zoekt voor zijn onderzoek en expertise middels zijn publicaties. Deze is bereid hiervoor te betalen, terwijl de lezer deze content vrij ter beschikking krijgt met de zekerheid van kwaliteit door een professionele redactie. Een ander voorbeeld zijn de gratis kranten zoals Metro welke hun business model gewijzigd hebben naar advertentie inkomsten. Hiermee hebben zij een belang in een zo graat mogelijke (gratis) oplage, aangezien dit hun advertentie prijs bepaald.
29 januari 2010
Mobile Learning heeft een volwassen platform
28 januari 2010
Learning Technologies 2010
Na een jaar van stilte is de Learning Technologies conferentie in London een mooie aanleiding om mijn Weblog weer eens op te pakken. Er is na een jaar van weinig buiten de deur weer wat te melden.
Laten we maar beginnen met een mooie quote uit de opening van de Learning Technologies conferentie; "The major fear of a Learning Department is that the organisation goes out to explore all kinds of learning opportunities, leaving the Learning Department behind with a smaller audience to do its old show.....". Opmerkelijk is ook dat een van de huisregels gewijzigd is in "Laat uw telefoon aan staan". dit zodat er voluit geblogd en getwittert kan worden. Hierdoor is de PC ook nauwelijks meer aanwezig als aanteken gereedschap in de zaal. Er wordt of weer gewoon met pen op papier geschreven of druk getwittert en geblogd op de smartphones.
Hierna gaf Lord Puttnam in zijn keynote speech aan dat de leren na de crisis er nooit meer zo uit gaat zien als voor de crisis. De crisis heeft verschillende initiatieven gestart die leren dichter bij de werkplek, goedkoper en uitdagender heeft gemaakt. Hier gaat de organisatie geen afstand meer van doen. Hiermee trekt hij de parallel naar WOII. Reeds in de oorlog werden er visies ontwikkeld over hoe de naoorlogse samenleving er uit zou zien. Dit zelfde moeten we nu doen voor leren. Het huidige onderwijs is gevormd door de noodzaak van langdurige en uniforme productie capaciteit uit het industriële tijdperk.
De jeugd wordt geconfronteerd met uitdagingen die groter zijn dan ooit in het verleden. Denk hierbij oa. aan natuurrampen, terrorisme en klimaatveranderingen. Hiervoor zal hun generatie moeten komen met nieuwe en slimme oplossingen. Hiervoor zullen ze opgeleid moeten worden. Hierbij is goed onderwijs altijd relevant en blijft, allen wat we onder goed onderwijs verstaan veranderd. Kinderen starten met zich zelf te onderwijzen als wij hier in hun ogen niet toe instaat zijn. Kijk hiervoor naar de voorbeelden op YouTube.
Daarnaast heeft het oude onderwijs een voorliefde voor assessments, toetsen en examens. De nieuwe generatie heeft echter geen behoefte aan deze schijnzekerheid. Het geeft alleen aan dat je goed kunt reproduceren niet of je vaardig bent in jouw praktijk. Men weet zelf heel goed wanneer men succesvol is en wanneer niet. Dit leren ze al in de games. Als je crasht deed je het fout, als je heel aankomt dan deed je het goed. Dit werkt zo ook in de praktijk van alledag. Je bent wel of niet in staat een taak uit te voeren, het onderwijs met je allen helpen deze bekwaamheid te verkrijgen.
Hij gaf aan dat een van de belangrijkste belemmeringen voor de vernieuwing van het onderwijsstelsel de pers is. veel politicy zijn bang voor de publieke opnie en veel ondernemers voor de vakbond. Deze worden in belangrijke mate beïnvloed door het begrip of onbegrip van de pers.
23 december 2008
De studieloopbaanbegeleider als projectmanager van het leertraject
- Wat is het einddoel van het leertraject (wanneer is de deelnemer competent)?
- Hoe lang mag het leertraject duren?
- Hoeveel middelen zijn er beschikbaar voor de uitvoering van leeractiviteiten?
- Wat is het maximale aantal dagen dat een deelnemer uit de dagelijkse werkzaamheden gehaald mag worden?
- Wat is de studieinspanning die van de deelnemer verlangt wordt (naast werktijd)
08 december 2008
IT ondersteuning bij onderwijs en opleidingen
28 november 2008
Competentiegericht leren bij bedrijfsopleidingen
Om het onderwijs beter te laten aansluiten bij de beroepspraktijk is het Nederlandse beroeps onderwijs de afgelopen jaren overgeschakeld naar competentiegericht leren. Dit is een majeure operatie waar veel onderwijsinstellingen uit zowel het MBO als HBO nog steeds midden in zitten.
De bedrijfsopleidingen centra zijn deze periode echter doorgegaan met het verkopen van opleidingen en cursussen. Dit terwijl dezelfde organisaties wel druk aan de slag zijn gegaan met het inrichten van competentiemodellen in hun HR organisaties. Hierbij zicht gevend op de in de organisatie noodzakelijke en aanwezig kennis en ervaring. Dit heeft er voor gezorgd dat wel de terminologie van competentie gericht onderwijs is geadopteerd, maar de invulling hiervan is echter niet verdeer gekomen dan het opstellen van curricula welke opleiden tot een rol of functie in de organisatie. Een curriculum is hierbij opgebouwd uit reeds bestaande bouwstenen, de afzonderlijke opleidingen en trainingen. Het echt laten verdwijnen van het gat tussen praktijk en opleiding is hiermee echter niet opgelost.
Het grootste verschil tussen bedrijfsopleidingen en onderwijs zit hem in het spanningveld tussen werken en leren. In de onderwijssituatie is werken een onderdeel van het leerproces namelijk, middels stageperiodes, het verkennen van waar en hoe de theorie in de arbeidssituatie toegepast wordt. Bij bedrijfsopleidingen gaat het, het merendeel van de gevallen over leren tijdens het werk. Hierbij zijn doelen het leren van veranderingen in de organisatie of het kunnen toepassen van nieuwe technieken of processen. Het dilemma wat hier echter speelt is als een medewerkers aan het leren is, is deze niet aan het werken en vice versa. Daarom zijn de kosten die met leren gepaard gaan niet beperkt tot de kosten van de opleiding zelf maar moet ook de niet werkbare tijd als verliespost opgenomen worden.
Dit heeft geleid tot het invoeren van het compentiegericht leren binnen de bedrijfsopleidingen organisatie. Het grote verschil met de onderwijsvariant is hierbij de beheersing van het proces. Aangezien we binnen opleidingscentra geen studiejaren onderkennen, kunnen onze deelnemers elk moment starten. Daarnaast moet de investering, die noodzakelijk is voor de begeleiding van de deelnemers, wel gedekt worden door het beschikbare budget. Hiervoor krijgt de in het onderwijs onderkende studie loopbaan begeleider er in het bedrijfsleven een taak bij, namelijk project beheersing. Het leertraject wordt een fixed price project van een aantal deelnemers met een vast einddoel en vast budget. Daarbinnen is alles mogelijk en biedt het competentie gerichte leren de ultieme vorm van praktijk relevant leren. Om dit verschil te benadrukken is hier bij Capgemini gekozen om het competentiegerichte leren de naam Flexibele Leerroute te geven.
Wordt vervolgt......
17 november 2008
Access Management
05 november 2008
Change can happen
You made history every single day during this campaign -- every day you knocked on doors, made a donation, or talked to your family, friends, and neighbors about why you believe it's time for change.
I want to thank all of you who gave your time, talent, and passion to this campaign.
We have a lot of work to do to get our country back on track, and I'll be in touch soon about what comes next.
But I wat to be very clear about one thing...
All of this happened because of you.
Thank you,
Barack